Uit het diepst van mijn onderbewustzijn borrelde een persoonlijke drijfveer naar boven die ik me nooit eerder had gerealiseerd. Toen de werkdag om was wist ik het. In mijn vroege jeugd moetsen we ieder jaar met het hele gezin honderd rode bessenstruiken plukken in onze bogerd: eindeloos bessen plukken. Als ik me dan al kletsend verloor in fantasieën en bespiegelingen, werd ik er op gewezen dat er ook nog gewerkt moest worden. Sterker nog, volgens mijn broers en zussen kon ik maar beter opzichter worden, want praten en toezien was meer mijn 'ding'. Dat was het dus! Het werken en keuvelen in een vertrouwde groep in de buitenlucht is diep in mij verbonden met mijn gelukkige jeugd in de landelijke omgeving van Genderen in de jaren '60.








