Onder het toeziend oog van Brabants Landschap sloegen we met een man of vijf de hand aan de schop. Kuiltjes graven, niet te diep, netjes in rijen. En daarna het planten van eiken, berken, hazelaars en kleiner spul. 'Je moet als het ware schilderen met bomen', tipte Emiel ons met een vrolijke glimlach. Zo poëtisch heb ik noeste handenarbeid nog nooit horen omschrijven. Onder onze vingers ontstond een schilderij dat zich in de loop der tijd zal ontwikkelen tot een verrassende oase van kleuren en geuren. De rest van mijn leven zal ik hier trots aan voorbij lopen.








