A
Afzetten
De term afzetten wordt vaak gebruikt als synoniem voor zagen.
B
Broeihoop
Een broeihoop is een hoop van organisch materiaal. Dit materiaal wordt verzameld tijdens beheersmaatregelen en bestaat bijvoorbeeld uit maaisel, slootschoonmateriaal of bladeren. Een broeihoop heeft verschillende functies. Het is een rust-, voortplantings- of overwinteringsplek voor kleine zoogdieren, reptielen en amfibieën, zoals muizen, wezels of ringslangen.
Broeihopen worden aangelegd bijvoorbeeld op boerenerven, bij scholen, in tuinen of natuurgebieden.
G
Geriefhout
Geriefhout is hout dat wordt gebruikt voor dagelijks gebruik. Het heeft allerlei doeleinden, zoals bezemstelen, oeverbeschoeiingen, takkenbossen voor ovens en gebruikshout zoals hekken en gereedschapsstelen.
Geriefhoutbosje
Een geriefhoutbosje is een bosje dat door boeren is aangelegd. Het hout uit de bosjes is voor eigen gebruik . De bosjes liggen temidden van weilanden en bestaan uit verschillende soorten. Iedere houtsoort heeft een eigen functie, bijvoorbeeld: essenhout voor gereedschappen, berkentwijgen voor bezems, wilgenhout voor in de kachel.
Griend
Een griend bestaat uit aangeplante soorten wilg. De bomen worden jaarlijks of om de drie à vier jaar tot op de stobbe afgezet. Een griend is aangelegd op delen van het land die voor andere gewassen niet bruikbaar zijn, bijvoorbeeld omdat de grond kan overstromen. Eenjarig griend wordt gebruikt als vlechtteen voor manden. Ouder griendhout wordt verwerkt als rijshout. Dat is hout dat gebruikt wordt voor windschermen, of schermen, die men gebruikt bij landaanwinning.
H
Hakhout
Hakhout bestaat uit bomen die dicht bij de grond worden afgezet. Deze afgezette boomstronken ontspruiten weer. Om de paar jaar kan de opslag, het hakhout, geoogst worden.
Veel boerderijen hadden vroeger een eigen stukje hakhout. Het hout werd gebruikt voor brandhout, geriefhout voor gereedschapsstelen en gebruiksvoorwerpen, hout voor de bereiding van houtskool, en schors voor leerlooierij.
Houtril
Takkenhoop gemaakt van snoei- en ander takhout, bedoeld als nest-, voedsel-, voortplantings- of schuilplaats voor dieren. Een houtril bestaat uit takken die in de lengterichting op elkaar gestapeld zijn, eventueel tussen rijen palen.
Houtsingel
Een houtsingel is een met bomen beplante strook grond langs een sloot. De meeste singels zijn geplant als veekering, voor de komst van het prikkeldraad. Ook werden de houtsingels aangeplant als eigendomsgrens. Het hout werd eens in de ongeveer 20 jaar afgezet. De boer had verschillende diktes hout nodig, voor brand- of geriefhout. Daar werd het beheer op aangepast.
K
Knotboom
Een knotboom is een boom waarvan de takken regelmatig worden afgezaagd op een hoogte van ongeveer twee meter. De boom krijgt na het afzagen nieuwe jonge takken. Na ongeveer 7 jaar worden de takken geoogst door deze opnieuw af te zagen. Meestal gaat om de wilg, maar es, eik, els en populier kunnen ook zo onderhouden worden. Een (rij) knotbomen is vaak geplant als grensafscheiding en geriefhout.
Knotten
Knotten is het verwijderen van de kruin van een boom. In het voorjaar loopt de boom weer uit. De takken worden ongeveer om de 5 tot 7 jaar verwijderd. Als je eenmaal begonnen bent met knotten moet dat beheer worden voortgezet. Bij achterstallig onderhoud namelijk kan het gebeuren dat de zware takken de stam scheuren.
P
Plaggen
Plaggen is het verwijderen van de bovenste grondlaag met begroeiing. Door plaggen verdwijnt de (on)natuurlijk verrijkte of vervuilde strooisellaag. De grond wordt door plaggen armer aan voedingsstoffen. Veel bijzondere soorten groeien op arme grond. Een afgestoken zode van gras of heide is een plag. Deze plaggen kunnen vervolgens worden gebruikt als mest op andere plekken.
Poel
Poelen zijn natuurlijke laagtes of kuilen die gegraven zijn ten behoeve van de drinkwatervoorziening van het vee. Ook worden zij gebruikt als voorraadbassin voor bluswater. Bekend is ook het gebruik als visvijver. Een poel is ook belangrijk als leefomgeving voor amfibieën en bepaalde vogelsoorten.
R
Rietlandje
Rietlandjes komen voor langs waterlopen en in moerasgebieden, riet is de dominante soort. Rietlanden komen voor op plaatsen die niet geschikt zijn voor landbouw. Riet heeft veel toepassingen: als dakbedekking, afscheiding, isolatie of strooisel.
T
Takkenhoop
Een takkenhoop is snoei- en ander takhout van bomen los op elkaar gestapeld. Dikke takken worden onderin gelegd, de dunnere takken bovenop. Stort de takken niet los op elkaar, maar steek ze zoveel mogelijk vast. De hoop is daardoor steviger. Een takkenhoop is bedoeld als nest-, voedsel-, voortplantings- of schuilplaats voor dieren.
Als takken in de lengterichting op elkaar gestapeld worden, eventueel tussen rijen palen, wordt dat een houtril genoemd.
Z
Zandverstuiving
Zandverstuivingen zijn ontstaan onder de invloed van mensen. Heidevelden werden te intensief gebruikt, door bijvoorbeeld beweiding van schapen of door plaggen steken. Het gevolg is dat de weinige vegetatie niet langer in staat is het zand vast te houden en zo kan het zand gaan stuiven.








